maandag 16 oktober 2017

Hondje wil hoog



Als ik de Spinhuissteeg in stap om naar de metro te lopen, zie ik een tiental meter voor mij een jonge man met een zwarte pitbull lopen. De man draagt zwarte riemen in zijn hand, de hond loopt los. Geen muilkorf.
Ik hou mijn pas een beetje in - ik ga ze in de steeg niet passeren.
De jonge man lijkt me geen aso, en de hond loopt rustig mee, maar ik ga me er toch niet langswringen.
Dan draait de hond zich om en ziet mij.
Hij komt op mij aflopen. Ik steek mijn hand uit: meestal willen honden die even ruiken.
Halverwege versnelt de hond ineens zijn pas, negeert mijn hand en springt tegen mijn been op.
Hij kijkt er speels bij en blaft niet.
Toch geef ik zijn grove kop even een zwieper, zodat hij zijwaarts van me af vliegt.
Baasje is veel harder geschrokken en sprint roepend mijn kant op.
"Laag, laag!" schreeuwt hij tegen de hond.
Schuldbewust zet de hond het op een lopen. Baasje moet weer rechtsomkeert maken om de hond in te halen.
In een paar passen heeft baasje de hond dan te pakken en fixeert hem op de grond.
"Laag, laag!" roept hij nog altijd.
De hond laat zich door zijn poten zakken en tegen de grond duwen.
Als ik man en hond passeer, zegt de man: "Sorry hoor."
Ik zeg "ja" en lach een beetje.
Ik ben niet geschrokken - honden zullen mij niet snel intimideren.
Als ik de hoek om loop, kom ik in het toeristengedruis terecht.
En onwillekeurig denk ik dan toch: "Wat nou als er een klein kind achter hun had gelopen?"

woensdag 28 juni 2017

Why?


I am waiting at the Nieuwmarkt subway station in Amsterdam, waiting for the rain to stop.
A girl in her twenties walks up to me and starts talking:
“Are you staying here?”
“No.”
“Why?”
“I am waiting for the rain to stop.”
“Maybe we can sleep together.”
“No thanks.”
“Why not?”
“Why would I?”
“What are you going to do?”
“I am going to my work.”
“Why?”
“I’m just going.”
“Do you have money for me? Just a little?”
“No.”
“Why not? I am hungry.”
“No.”
“I am from Ukraine.”
“Sorry.”
Then she walks on. I see her talking to other people. Along the next canal she meets up with her accomplice. A big guy that would probably have robbed me…
Never a dull moment in Amsterdam.

maandag 24 april 2017

Buik


Er staan veel mensen op het perron in Amsterdam - de avondspits is in volle gang.
Ik rook bij de pafpaal een sigaartje.
Even verderop spelen twee roze meisjes met elkaar; pakweg 4 tot 6 jaar.
De jongste loopt op mij af om de stempel op haar hand te laten zien: "Kijk, ik heb een zonnetje."
Ik knik en mompel zachtjes "ja".
Ze steekt haar hand nog wat verder naar voren en raakt mij aan.
"Waarom heb jij een dikke buik?"
"Van het eten."
Als ze over de buik wil wrijven, grijpt haar moeder in.
"Je moet niet zomaar aan vreemden zitten."
Het meisje kijkt beteuterd.
"Praten mag wel," voegt de moeder nog toe.
"Heb je buikpijn?" vraagt het meisje nog.
Ik schud zachtjes van nee en trek een geruststellend gezicht.

zondag 15 januari 2017

Open G


De gitaar van Keith Richards met vijf in plaats van zes snaren en gestemd in 'open g'.

Het lijkt zo gemakkelijk als je die artiesten ziet: gitaar spelen. Totdat je alle snaren van een gestemde gitaar aanstrijkt! Dat klinkt vreselijk. Dat is geen akkoord: daar zit minstens één dissonante snaar tussen! Welke God heeft voorgeschreven dat een gitaar de volgende zes snaren/tonen moet hebben: EADGBE ? Als pianist zou ik toch echt een andere reeks tonen hebben gekozen.
Laat ik nou gedacht hebben dat iedere gitarist zich hier braaf aan hield. Totdat ik Keith Richards zag in een talkshow die een reguliere gitaar aangereikt kreeg om een stukje te spelen. Het allereerste wat hij deed, was de lage e-snaar eraf slopen. Die had ‘ie niet nodig. Vervolgens herstemde hij de resterende toonreeks ADGBE even tot GDGBD. Holy fuck! Nooit geweten. Nu had je een zuiver akkoord dat “open G” wordt genoemd. Veel bluesspelers hadden hun gitaren zo gestemd. Je kunt desnoods de zesde snaar laten zitten en laten zakken van E naar D. Wat een feest wordt het om op zo’n instrument slideguitar te spelen. Meerdere (blues)akkoorden zitten nu op één fret. Little Red Rooster zit als het ware ingebakken in de gitaar. Ik ben meteen weer aan het oefenen geslagen en denk: zo klinkt een gitaar dus zoals God hem bedoeld heeft.

zondag 20 december 2015

Het kammetje


Ik ben me er terdege van bewust dat ik kalende ben, maar het is nog niet zo erg als met mijn schoolvriend Danny. Als je er vroeger een weddenschap over had mogen afsluiten, dan zou iedereen fout hebben gegokt. Ik had vlassig haar en was genetisch voorbestemd om op mijn dertigste kaal te zijn. Danny daarentegen had vol bruin krulhaar: hij kon met gemak een afro laten groeien. Niet dat hij dat deed: zelfs in de nadagen van het hippie-tijdperk droeg hij een degelijk kapsel.
Zo'n kapsel vraagt enig onderhoud. Met de tent op vakantie merkte ik voor het eerst dat Danny zijn haar nog eens borstelde voor het slapen gaan. Ik vroeg hem waarom hij dat deed? Wilde hij er in zijn dromen goed uitzien ofzo? Ik kreeg als antwoord dat het ongemakkelijk lag met klitten in je haar.
Als er een schoolfeestje was, gingen wij eerst wat indrinken. Niet dat dat veel voorstelde, want wij stonden als zestienjarigen na één biertje al op ons kop. Dat biertje werd genoten in café De Waal, aan de voet van de grote kerk van Vlaardingen. Danny besloot op zeker moment te gaan afrekenen en liep met zijn portefeuille naar de bar. Op krukken zaten daar de oudere beroepsdrinkers. Danny stelde zich tussen twee krukken op en vouwde zijn portefeuille open. Daar bewaarde hij ook een kammetje voor zijn moeilijke haar. Eén van de vaste klanten, een magere zestiger, liet zijn waterig oog op de portefeuille vallen en vroeg met licht dubbele tong: "Kam jij je geld?"
Die opmerking was even stompzinnig als briljant. Het was tegelijk ad rem en absurd, bezopen èn hilarisch. Als je er over na ging denken, groeide het uit tot filosofische proporties: "Kam jij je geld?"
De vraag is me tot op de dag van vandaag bijgebleven en wordt thuis nog altijd op gedragen toon geciteerd om het genie van een zuiplap te typeren. Het jammere is dat Dan zich van het hele voorval niets meer kan herinneren.

zondag 30 augustus 2015

Harrison Julivian


Als kersverse hoogleraar sta je natuurlijk in de belangstelling. Zo ook in die van Harrison Julivian. Blijkens de foto's op Facebook een niet onknappe vrouw. Wel een wat vreemde naam: mogelijk versleuteld van Julia Harrison. Ze wilde dus Facebookvrienden met me worden. Ik zag in haar profiel al een andere bekende van me staan, dus ik vertrouwde het wel. Bovendien, wat kan je gebeuren? Dus ik accepteerde haar.
Even later hing Harrison Julivian aan de Messenger:

Harrison Julivian
Je bent bevriend op Facebook
Zelfstandig
Studeerde aan New York University
47 minuten geleden

HJ: Hi there



TM: hi

HJ: How are you doing??

TM: fine, how about you?

HJ: Ooh great too
HJ: Nice to meet you as my friend

TM: likewise
TM: your name doesn't ring a bell - did we meet before?

HJ: No I don't think but I am a new person here and I came and cross your name that is why I have added you as my friend

TM: Okay
TM: What did you stidy?
TM: study*

HJ: So where do you come from??

TM: The Netherlands - what did you study in NY?

HJ: Yes
HJ: Are you a single
HJ: How old are you??

TM: wrong questions, dear. I'm going to block you.


De vraag naar haar studie maakte haar ongemakkelijk, dat bleek ook uit de pauzes die vielen. Zij (hij?) had waarschijnlijk helemaal niets gestudeerd, en kon blijkbaar niet met een moeilijke studie aankomen waar ik niets van wist. Een voor de hand liggende studie noemen zou ook tricky zijn. Stel, ze had anthropology genoemd, dan zou ik doorgegaan zijn op de 'rites de passage' van Arnold van Gennep. (Ooit beweerde iemand eens op het gymnasium te hebben gezeten, maar de eerste persoon enkelvoud van het Latijnse werkwoord "volare" wist ze niet - ik kan in online chat zo'n valse nicht zijn).
Harrison was duidelijk uit op een wat jongere buitenlandse vrijgezel, een sukkel waarschijnlijk, die haar geld zou sturen als ze aan de grond zat. Misschien ook wel om tattoos voor de camera te tonen. Nou, dat kan, kijk maar:

















DOH!!

donderdag 27 augustus 2015

WC poeem


Leiden, introductieweek: het was al ver na vijven;
op de WC hing een stift om op de muur te schrijven:

“Een ondeugend briesje blies onder haar rok
en gaf haar bloot tot aan haar jarretelletje
Een dronken vent die stond te pissen schrok
en trok z'n rits muurvast in zijn velletje.”

Menig student las jarenlang dit fraai poeem met schik
En nu mijn vriend, nu weet gij dan, de dichter dat was ik.